Op het station van Hoogeveen zette Vincent van Gogh voor het eerst voet op Drentse grond.
Hij was op 11 september 1883 in Den Haag op de trein gestapt, waarschijnlijk om 14:05 uur,
en kwam om 21:00 uur aan in Hoogeveen. Omdat hij in het donker nog niets van de omgeving
had kunnen zien, stond hij de volgende ochtend vroeg op. Hij schreef aan zijn broer Theo
over het prachtige weer en de heldere, tintelende Drentse lucht.

Station
Van Gogh beschreef in zijn brief wel de treinreis, maar niet het station van Hoogeveen. Het stationsgebouw waar hij was aangekomen
was een ontwerp van Karel Hendrik van Brederode (1827-1897) en stond er van 1870 tot 1984. Het huidige station is een nieuw gebouw,
dat ontworpen werd door Cees Douma (1933) en in 1984 werd geopend. De hoge overkapping van het voorrijplein van het huidige stationsgebouw herinnert aan het silhouet van het oude gebouw.

Vertrek uit Drenthe
Van Gogh verliet Drenthe ook weer via het Hoogeveense station. Op 4 december maakte hij een lange wandeling vanuit Nieuw-Amsterdam/ Veenoord door het heidegebied richting Hoogeveen. De wandeling duurde ruim zes uur, maar deed hem goed. Zo schreef hij aan Theo:‘mijn gevoel was zóó in sympathie met die natuur dat het mij meer calmeerde dan iets anders.’ De volgende ochtend nam Van Gogh de trein naar Nuenen, waarvandaan hij op 6 december een brief naar Theo stuurde. Hij schreef dat hij zich de laatste drie weken niet goed had gevoeld. Volgens Van Gogh kwam dat omdat hij kou had gevat en last had van ‘zenuwachtigheid’. Hij zocht naar afleiding en keerde daarom terug naar huis. Hij besloot: ‘Drenthe is superbe, maar het er uit houden hangt van veel dingen af – hangt af van of men bestand is tegen de eenzaamheid.’